Als er iets mist in hondentrainingen dan is het wel het belang van je hond laten reguleren. Bij het zien van prikkels, bij het zien opbouwen van spanning en opwinding tijdens je wandeling, bepaalde situaties en momenten en natuurlijk in de dagelijkse gang van zaken met je hond (oftewel het fundament).
Wat betekent regulatie?
Regulatie betekent eigenlijk dat het zenuwstelsel spanning kan verwerken en weer kan zakken.
Bij regulatie denken we vaak aan rustig worden, ontspannen en kalmeren. Maar regulatie gaat verder. Het is eigenlijk meer een rondje dat afgewerkt wordt. Regulatie stamt af van het woord ‘regula’ dat regel betekent.
Hieruit ontstond het werkwoord regulãre, dat ‘regelen’ of ‘besturen’ heet. Waarom is dat interessant? Regulatie is de term geworden voor de handeling zelf of het proces van het in goede banen leiden.

Regulatie betekent dus niet alleen maar “rustig” worden.
Dat betekent dus dat regulatie eigenlijk niet simpelweg gaat over “rustig worden”, maar over het vermogen van een systeem om zichzelf te sturen, te organiseren en weer in balans te brengen nadat er spanning of activatie is ontstaan.
Dat is een belangrijk verschil. Veel mensen kijken naar regulatie alsof het alleen maar het eindpunt is:
een hond die rustig ligt, ontspant of “geen gedrag” meer laat zien.
Maar regulatie gaat juist over het hele proces daartussen.
Het gaat over:
- spanning kunnen opbouwen
- spanning kunnen verdragen
- spanning kunnen verwerken
- én daarna weer kunnen zakken
Eigenlijk kun je het zien als een voortdurende beweging van het zenuwstelsel.

Waarom is regulatie belangrijk?
Een gezond systeem staat niet altijd “laag in spanning”. Een gezond systeem kan juist flexibel bewegen tussen activatie en herstel. Dat betekent dus dat spanning op zichzelf helemaal niet verkeerd is.
Sterker nog: zonder die activatie kan een hond niet functioneren.
Een hond heeft spanning nodig om:
- te reageren
- te leren
- te spelen
- te bewegen
- alert te zijn
- keuzes te maken
- zichzelf veilig te houden
Het probleem ontstaat pas wanneer dat proces niet meer goed afgerond wordt. En dat kan soms wel ontstaan. Als we ons hier niet bewust van zijn, als we de signalen negeren als we dingen doen omdat we denken dat het zo moet (zoals ‘bepalen’ wanneer deze signalen wel en niet mogen worden getoond, zoals snuffelen of plassen).

Waarom wil je regulatie niet tegenhouden?
Dus wanneer activatie wel ontstaat, maar het zenuwstelsel onvoldoende ruimte krijgt om:
- te verwerken
- te ontladen
- terug te schakelen
- veiligheid te ervaren
Dan blijft het systeem “openstaan”. En dat zie je bij veel honden terug.
Ze blijven hangen in activatie:
- continu alert
- snel reageren (op ieder geluidje)
- moeilijk ontspannen/overprikkeld zijn
- weinig herstel
- snel vollopen
- overal iets van vinden
Dat betekent niet dat je hond lastig, maar zijn systeem heeft moeite om dat regulerende rondje af te maken.

Waardoor ontstaat activatie in het zenuwstelsel van een hond?
Activatie ontstaat wanneer het zenuwstelsel waarneemt dat er “iets” gebeurt waarop gereageerd moet worden. Dat kan iets spannends zijn. Maar óók iets leuks, onverwachts, intens of belangrijks.
Veel mensen koppelen activatie alleen aan negatieve stress bij honden, maar activatie betekent eigenlijk gewoon:
- het systeem gaat aan.
- Het lichaam schakelt als het ware van rust naar paraatheid.
- En dat gebeurt de hele dag door.
Activatie ontstaat dus niet alleen door angst
Dit is belangrijk om te begrijpen.
Activatie ontstaat bij:
- schrik
- enthousiasme
- verwachting
- spanning
- frustratie
- onzekerheid
- sociale druk
- conflict
- opwinding
- spel
- alertheid
- pijn
- drukke omgevingen
Dus ook een hond die “heel blij” lijkt, kan ontzettend hoog in activatie zitten.
Daarom zie je bijvoorbeeld vaak dat honden na:
- spelen
- visite
- drukke wandelingen
- hondenspeeltuinen
- training
- opwinding
thuis moeite hebben met ontspannen. Het systeem staat namelijk nog steeds “aan”.
Activatie begint vaak al vóór zichtbaar gedrag
Dit is misschien wel één van de belangrijkste inzichten.
Veel mensen denken dat activatie pas begint wanneer een hond:
Maar activatie begint vaak veel eerder.
Bijvoorbeeld wanneer een hond:
- iets hoort in de verte
- een geur opvangt
- een eerdere ervaring herkent
- spanning voelt bij de eigenaar
- een hond ziet aankomen
- een bepaalde omgeving binnenloopt
Dan zie je soms subtiele signalen zoals:
- fixeren
- sneller lopen
- ademhaling veranderen
- gespannen spieren
- verhoogde alertheid
- minder snuffelen
- meer scannen
Het systeem is dan al geactiveerd, ook al is er nog geen “gedrag”.

Praktijkvoorbeeld:
Een tijdje geleden zat ik op een terrasje bij een strandje. Op een afstandje zag ik een situatie gebeuren die eigenlijk perfect uitlegt hoe stress en regulatie werken bij honden.
Er lag een klein hondje onder een tafel. Volgens mij een Schnauzer of iets wat daarop leek. Op hetzelfde moment liep er een Australian Shepherd voorbij.
Plots schoot dat kleine hondje onder de tafel vandaan richting die Australian Shepherd.
Die Australian Shepherd schrok zich natuurlijk rot.
En dat is belangrijk om te begrijpen:
ook zo’n kort schrikmoment veroorzaakt direct activatie in het zenuwstelsel.
Stress wordt namelijk vaak verkeerd begrepen.
Mensen denken bij stress vaak alleen aan extreme spanning, angst of paniek. Maar stress ontstaat ook gewoon bij schrik, onverwachte situaties, overweldiging, onzekeherid of voortdurende alertheid.
Het lichaam van de hond reageert direct:
- hartslag omhoog
- focus omhoog
- activatie in het lijf
- spanning in spieren
- verhoogde waakzaamheid
Dat gebeurt automatisch. En daar zit een verschil in beleving tussen de mens en wat de mens denkt over de hond.
Want wij denken:
“Nou ja, hij schrok even. Klaar.”
Maar voor het lichaam van die hond is het helemaal niet klaar. Het zenuwstelsel heeft nog iets te verwerken.

Waarom spanning ergens heen moet
Stress die ontstaat in het lichaam wil ergens heen. Dat geldt voor mensen. Maar net zo goed voor honden.
Als spanning niet kan ontladen, blijft het in het systeem hangen. En wat je dan vaak ziet, is dat die spanning later alsnog naar buiten komt op een moment waarop mensen het niet meer koppelen aan de oorspronkelijke gebeurtenis.
Ik zag daar laatst een mooi voorbeeld van.
De mensen liepen namelijk direct verder met de hond.
Niet omdat ze slechte eigenaren waren. Niet omdat ze iets verkeerd bedoelden. Alleen ze zagen de beleving van de hond niet, omdat ze het niet wisten.
Maar omdat dit is wat we bijna allemaal gewend zijn.
We wandelen door.
We houden de lijn kort.
We gaan verder met ons plan.
Terwijl de hond eigenlijk nog midden in zijn verwerking zit.
Wat interessant was:
de Australian Shepherd wilde daarna gaan snuffelen.
- Hij wilde ergens even links het gras in.
- Even ruiken.
- Even plassen.
- Even reguleren (misschien zelfs wel de afstand wat vergroten)
En juist dát zijn belangrijke regulatiemechanismen. Maar dat moment kreeg hij niet echt (want gewoon doorlopen). En een paar minuten later kwam er een gezin aan met een kind op een stepje.
De hond reageerde direct:
opspringen, spanning, reactie geven richting dat kind.
En toen gebeurde iets wat we ontzettend vaak doen:
de mensen corrigeerden het gedrag.
“Niet doen.”
“Rustig.”
“Dat mag niet.”
Maar eigenlijk werd er op dat moment alleen gekeken naar het zichtbare gedrag niet naar wat eraan voorafging.

Hierdoor ontstaat activatie in het zenuwstelsel ook:
Een zenuwstelsel reageert niet alleen op wat er nú gebeurt, maar op de totale lading die al in het systeem aanwezig is. Een prikkel in het heden raakt vaak iets wat er al zat. Het huidige moment is dan niet de volledige oorzaak, maar eerder de trigger die iets activeert wat al opgeslagen lag in het lichaam en zenuwstelsel.
Daarom kunnen twee honden totaal verschillend reageren op exact dezelfde situatie.
Dan is het niet door de prikkel zelf, maar door:
- wat hun zenuwstelsel eerder heeft meegemaakt,
- hoeveel spanning er al aanwezig is,
- welke associaties opgeslagen zijn,
- hoeveel veiligheid het systeem kent,
- en welke emoties of ervaringen nog “open” staan.
En dan kom je bij de vraag:
Waar begon de cirkel eigenlijk?
Begon het bij:
- genetische gevoeligheid?
- stress in de dracht?
- vroege leerervaringen?
- trauma?
- een opeenstapeling van kleine stressmomenten?
- emoties van de eigenaar?
- fysieke spanning in het lichaam?
- generaties aan opgeslagen stresspatronen?
Vaak is er niet één beginpunt.
Het is eerder een systeem dat zichzelf over tijd is gaan versterken. Een zenuwstelsel leert namelijk patronen van voorspellen, beschermen en overleven. Hoe vaker een bepaalde activatie plaatsvindt, hoe sneller het systeem die route opnieuw kiest.
Dat maakt gedrag ook zo gelaagd:
- het huidige gedrag,
- de huidige trigger,
- de oude associatie,
- de opgeslagen emotionele lading,
- én het lichaam dat al voorbereid staat.
>>> Volg hier mijn gratis masterclass over het werken met de biotensor >>>

Wat zijn bekende regulatie signalen?
1. Snuffelen
Dit is misschien wel de bekendste en meest onderschatte. Snuffelen betekent van alles (oversprong snuffelen bijv.) , maar het betekent óók regulatie.
Veel mensen denken dat snuffelen alleen “informatie verzamelen” is. Maar snuffelen helpt honden ook spanning verwerken en hun zenuwstelsel reguleren.
Je ziet het vaak na:
- schrikmomenten
- (spannende) ontmoetingen
- conflicten
- gevoelde emoties
- bij het ervaren ingewikkelde, conflicterende emoties
- drukke situaties
- interactie momenten
Een hond die ineens uitgebreid gaat snuffelen, probeert vaak letterlijk weer te zakken in zijn systeem.

2. Plassen
Plassen is niet altijd alleen functioneel. Het is ook zeer zeker niet zomaar markeer of “dominant” gedrag.
Veel honden plassen juist na een ontmoeting, gevoelde emoties, spanning of andere activatie. Het helpt letterlijk ontladen. Daarom zie je vaak dat honden na bepaalde situatie(s) ineens moeten plassen.
Dat is geen toeval.
Het lichaam probeert druk kwijt te raken. Stress zorgt er ook vaak voor dat er geplast moet worden. Het is een letterlijk hoe het lichaam werkt.

3. Uitschudden
Ken je dat moment waarop een hond zich helemaal uitschudt alsof hij nat is?
Dat is vaak een enorm belangrijk regulatiemoment. Het is ook een signaal. Het kan wat zeggen over hoe je hond de situatie ervaart of heeft ervaren.
Je kan dit bijvoorbeeld zien:
- na spanning
- na een ontmoeting
- na correctie
- na schrik
- na opwinding
Schudden is dan ook een prachtig signaal en een signaal die ik vaak beloon. Omdat je de reguleren de signalen er ook graag in wilt houden.

4. Gapen
Gapen betekent zeker niet altijd vermoeidheid. Honden gapen ook om spanning te reguleren. Daarnaast is ook gapen een signaal. Het kan een signaal zijn waarin de hond in innerlijke conflict is, een voorbode voor wat grotere signalen van de lichaamstaal van de hond (de hond weet niet zo goed hoe om te gaan met de situatie etc).
Vooral in situaties waarin ze:
- onzeker zijn
- spanning voelen
- sociaal conflict ervaren
- zichzelf proberen te kalmeren
5. Likken
Sommige honden gaan:
- aan hun neus likken
- over hun lippen likken
- aan de poten likken
- aan objecten likken
Dat kan een regulerende functie hebben. Dit kan ook obsessief worden!
Vooral herhalend likgedrag zie je vaak bij spanning of overprikkeling.

6. Vertragen of stilstaan
Sommige honden willen na een prikkel ineens:
- langzamer lopen
- blijven staan
- de omgeving observeren
Veel mensen trekken de hond dan mee omdat ze denken:
“Kom op, doorlopen.”
Maar vaak probeert de hond juist even te verwerken wat er gebeurde.

7. Afstand nemen
Een hond die een boog maakt (met een curve lopen, wordt dit genoemd), even wegloopt of afstand zoekt, probeert vaak spanning te reguleren. Dat is geen ongehoorzaamheid. We vinden nog weleens dat een hond per se links of rechts moet lopen, terwijl deze natuurlijke communicatie dan ontnomen wordt.
8. Kauwen of slopen
Kauwen heeft een sterk regulerend effect op veel honden.
Daarom zie je vaak dat honden:
- op een bot kauwen
- spullen slopen
- ergens op bijten
na spanning of drukte.
Kauwen helpt veel honden letterlijk spanning zakken. Dat kan je bewust in zetten, maar een hond zet het zelf ook in om spanning te reguleren.

9. Rollen of graven
Sommige honden gaan:
- rollen in gras
- graven
- intensief bewegen
Ook dat kan helpen spanning te ontladen. Daarom is rollen of graven in een losloopgebied, bijvoorbeeld, of tijdens de wandeling voor mij een ontzettend belangrijk signaal. Ik zie niet dat ze “gewoon” graven. Ik kijk naar het totaalplaatje om te beoordelen hoe de hond de situatie en omgeving ervaart.
Een hond kan graven omdat hij het leuk vindt. Omdat er een muisje zit, omdat hij er plezier bij ervaart, omdat zijn ras dat ook snel doet.
Maar een hond die veel graaft in een losloopgebied kan dat ook doen omdat hij spanningen, veel emoties, grote emoties ervaart en dat op deze manier probeert te reguleren. Dat maakt gedrag van honden ook zo ontzettend interessant.
Een hond kan rollen omdat er wat lekkers (lekker geurtje) ligt. Maar hij kan ook rollen omdat hij wil reguleren. Rollen kan soms juist ook buikpijn of rugpijn betekenen. Dit beoordelen hangt volledig van de context af.

Waarom sommige honden sneller ‘aan’ staan dan andere
Niet ieder zenuwstelsel reageert hetzelfde. Het zenuwstelsel kan ook beïnvloed zijn. De impact van doorfokken, broodfok, trauma, ervaringen, genetica heeft allemaal invloed.
Dus bijvoorbeeld:
- genetica
- karakter
- eerdere ervaringen
- opgebouwde spanning
- veiligheid
- leerervaringen
- herstelvermogen
- gezondheid
- slaap
- pijn
- hormonale toestand
Een hond die veel spanning heeft opgebouwd, activeert vaak sneller.
Waarom?
Omdat het zenuwstelsel gevoeliger wordt.
Eigenlijk gaat het systeem sneller denken:
“Ik moet opletten.”
Dat is ook waarom sommige honden op een gegeven moment overal op lijken te reageren. Het systeem is continu voorbereid op mogelijke prikkels.
Genetica werkt door via het zenuwstelsel. Genen bepalen mede hoe een zenuwstelsel is aangelegd en hoe gevoelig het reageert op prikkels, stress, herstel en emoties. Sommige honden worden geboren met een zenuwstelsel dat:
- sneller alert is,
- gevoeliger reageert op spanning,
- meer moeite heeft met prikkelverwerking,
- sneller herstelt,
- of juist een grotere draagkracht heeft.
Dat betekent niet dat gedrag volledig “vastligt”, maar wel dat genetica invloed heeft op de basis waarop ervaringen verder bouwen.
Je zou kunnen zeggen: Genetica vormt de blauwdruk van het zenuwstelsel, ervaringen vormen de verdere bedrading. Ik noem dit ook nestimprint. De imprint waarmee je geboren wordt.
Daarom spelen bijvoorbeeld ras, foklijnen, vroege ontwikkeling, stress tijdens de dracht, de ervaringen in de eerste socialisatiefase, (ont)hechting en (on)veiligheid en generaties aan selectie allemaal mee in hoe een hond de wereld ervaart en daarop reageert.
Gedrag ontstaat dus niet uit één oorzaak.
Het is een samenspel van:
- genetische aanleg,
- ontwikkeling van het zenuwstelsel,
- ervaringen,
- emoties,
- lichaam en gezondheid,
- omgeving,
- en opgebouwde stress of veiligheid.
En juist daarom is het zo belangrijk om niet alleen naar het zichtbare gedrag te kijken, maar naar het hele systeem erachter.

Wat heeft nog meer invloed op het zenuwstelsel ‘aan’ laten staan?
Het is dus essentieel dat we onze honden naast activiteiten ook regulerende activiteiten aanbieden. Daar valt kauwen, likken, “slopen”, ontladen, signalen kunnen laten zien en slapen onder.
Het belang van slaap bij honden wordt enorm onderschat. Er zijn dan ook heel veel honden die door een gebrek aan slaap in zo’n enorme negatieve cyclus zijn beland.
Een zenuwstelsel ‘aan zetten’ is biologisch bedoeld om te overleven
Dit is belangrijk om te begrijpen:
Het is een overlevingsmechanisme. Het is actie > reactie.
Wanneer een hond iets waarneemt dat mogelijk belangrijk is, maakt het lichaam zich klaar om:
- te reageren
- te vluchten (één van de copingmechanismes)
- te onderzoeken
- te verdedigen
- te bewegen
- informatie te verwerken
Daarvoor komen stoffen vrij zoals:
- adrenaline
- cortisol
- noradrenaline
Het lichaam schakelt letterlijk naar:
“klaar voor actie.”
Dat is super functioneel en dus niet verkeerd. Alleen als het zenuwstelsel te vaak, te lang of te intens aan blijft staan, zonder herstel. Dan raakt het systeem overbelast en gebeurt er meer. Hierbij mag je ook denken aan fysieke klachten, toenemende stress, nog minder goed slapen en bijvoorbeeld meer angsten zichtbaar.

Een zenuwstelsel zonder herstel geeft opstapeling
En precies daar zie je veel problemen ontstaan.
Een hond activeert:
- schrikt onderweg
- ontmoet veel honden
- loopt in drukke gebieden
- moet voortdurend opletten
- krijgt weinig regulatieruimte
Maar krijgt tussendoor onvoldoende:
- verwerking (dit is deels omdat we niet de lichaamstaal van de hond niet herkennen en er dus niet op kunnen inspelen).
- herstel
- ontlading
- rust
- veiligheid
Dan blijft activatie eigenlijk in lagen aanwezig.
En dat zie je uiteindelijk terug in:
- sneller reageren
- minder draagvlak
- impulsiever gedrag
- hyperalertheid
- moeilijk kunnen zakken
- uitvallen
- overprikkeling
Soms vind er ook triggerstacking plaats. Dat betekent dat er eigenlijk te snel veel prikkels zijn en de hond in tussen tijd überhaupt niet de kans kreeg om te ontladen en reguleren.
Waarom regulatie dus zo belangrijk is
Activatie voorkomen is niet het doel. Een hond mág activeren. Een gezond zenuwstelsel hoort flexibel te bewegen. Dit is zelfs een onderdeel van je opvoeding als je het mij vraagt. Hier ontstaat de weerbaarheid op een veilige en welzijnstechnische manier.
Maar een hond moet ook weer kunnen zakken.
En precies daarom zijn regulerende gedragingen zo belangrijk:
- snuffelen
- uitschudden
- vertragen
- afstand nemen
- oriënteren
- kauwen
- rusten
Dat zijn manieren waarop het systeem probeert activatie weer af te bouwen. Dus als je activatie echt wilt begrijpen, moet je niet alleen kijken naar gedrag. Dan moet je leren kijken naar wat het zenuwstelsel probeert te verwerken.

Waarom sommige honden regulatie opnieuw moeten leren.
Sommige honden zijn zó lang alert geweest, dat ze bijna vergeten zijn hoe regulatie werkt.
Dat zie je bijvoorbeeld bij honden die:
- buiten constant scannen
- direct reageren op prikkels
- moeilijk kunnen ontspannen
- nauwelijks snuffelen
- altijd “aan” lijken te staan
Die honden zitten vaak continu hoog in activatie. Hun zenuwstelsel staat ‘aan’ en ze weten niet meer hoe af te schakelen. Daar ontstaan vaak mentale, emotionele en fysieke hulpvragen. In dat geval moet regulatie opnieuw opgebouwd worden. Dat maakt dat stressmanagement altijd een heel belangrijk onderdeel is in het begeleiden van honden en hun gedrag.
Je wilt overspoelen (flooding) voorkomen. Maar het zenuwstelsel opnieuw ervaringen van veiligheid geven.
En dat geeft direct een andere kijk op gedrag. Want dan wordt de vraag niet meer “hoe krijg ik hem stil” maar meer “hoe help ik mijn hond om zijn systeem weer draagvlak te geven”. En nog belangrijker: wat zorgt er nou voor dat het systeem zo overbelast is geraakt?

Waarom is dit zo belangrijk?
Wanneer een hond continu spanning opbouwt zonder echte ontlading, wordt het systeem steeds gevoeliger. Het draagvlak krimpt. En uiteindelijk zie je gedrag ontstaan dat mensen vaak “plotseling” noemen.
Maar meestal was het helemaal niet plotseling. We zagen alleen de eerdere signalen niet. In de escalatieladder voor honden wordt dat mooi uitgelegd. Die geeft de conflictopbouw van honden weer.
Daarom geloof ik dat we anders moeten leren kijken naar honden.
Minder vanuit:
- controle
- correctie
- symptoombestrijding
En meer vanuit:
- zenuwstelsel
- emotie
- regulatie
- draagvlak
- verwerking
Want gedrag vertelt een verhaal. En vaak begint dat verhaal veel eerder dan het moment waarop de hond zichtbaar reageert (want dat is vaak het punt dat wij in actie komen).

Een paar tips die je kan doen om je hond te helpen reguleren:
- Na een bepaalde activatie (het zien van een prikkel, een interactie momentje etc), kan het zinvol zijn om even wat koekjes op de grond te strooien. Je hond kan die dan op snuffelen. Dat werkt enerzijds regulerend en andezijds helpt het ook nog bij een positieve assocatie. Je gooit de koekjes van de prikkel vandaan (dus de andere kant op bijv). En uiteraard niet zomaar met random andere honden er bij.
- Je kan je hond iets in zijn bek geven waar hij even gek mee kan doen, op kan kauwen en wat mee kan spelen.
- Je kan de afstand wat vergroten en de hond laten (na)kijken. Dat kan helpend zijn om de tijd echt te nemen om het af te ronden.
- Je kan even spelen met je hond. Dat kan de druk er af halen. Hier werkt je ook weer positief qua associaties. Ik gebruik zelf altijd een ’tug’.
- Je kan je hond laten balanceren over iets. Dit zorgt er vaak voor dat de hond weer in zijn lijf moet zakken.e gaat weer terug naar, zoals ik dat noem, de veilige zone.
- In plaats van maar door te lopen ga je naar de bekende straten (rondom je huis), terug naar de auto of dat plekje waar je hond het echt bekend en fijn vindt. Je kan een veilige zone ook trainen door dit vaker als voorspelbaar rondje toe te gaan passen.
- Je kan co-regulatie toepassen door op die moment zelf ook goed met beide benen op de grond te staan en goed in- en uit te ademen.

Werk aan je basis:
In de basis is het vooral belangrijk dat je hond voldoende slaapt.
- Een puppy slaapt gemiddeld 18-20 uur per dag.
- Een volwassen hond slaapt gemiddeld 14-16 uur per dag.
- Een senioren hond slaapt gemiddeld 18-20 uur per dag.
De hoeveelheid slaap is natuurlijk maatwerk. Soms is het anders, maar het geeft wel het behoorlijk hoge gemiddelde weer van de hond die slaap nodig heeft.
Biedt voldoende kauw en lik activiteiten aan!
Doe met regelmaat decompressie wandelingen.
Vermijd eens wat vaker losloopgebieden!
Ga lekker op rustige plekken wandelen samen en ga de verbinding met je hond. Trucjes en commando’s toepassen, snuffelspelletjes doen onderweg, samen op sniffari en samen spelen.
Vertraag letterlijk je wandeling
Vertragen is enorm onderschat. Na activatie helpt het vaak wanneer:
- jij rustiger beweegt
- de lijn ontspant
- het tempo omlaag gaat
- er minder haast is
Waarom? Omdat jouw hond dan meer ruimte krijgt om weer informatie te verwerken. Veel honden blijven juist hoog in spanning doordat we direct weer doorgaan. Dat resulteert sowieso vaak in meer opwinding en dus in gedrag dat we vaak liever niet zien.
Laat de lijn niet constant spanning vasthouden
Een strakke lijn houdt vaak ook lichamelijke spanning vast.
Dat betekent niet dat een hond altijd alle ruimte moet krijgen.
Maar wel dat constante fysieke druk activatie kan versterken.
Een iets lossere lijn, veilige afstand en bewegingsvrijheid helpen vaak enorm bij herstel.

Kijk naar herstel, niet alleen naar gedrag
Veel mensen focussen op:
“Mijn hond reageerde niet.”
Maar een belangrijkere vraag is vaak:
“Kon mijn hond daarna weer zakken?”
Want sommige honden lijken “braaf”, terwijl hun systeem nog volledig onder spanning staat.
Herstel herken je bijvoorbeeld aan:
- weer kunnen snuffelen
- voornamelijk ook uitgebreid, rustig en vol overgave kunnen snuffelen (dus niet vluchtig)
- zachtere bewegingen
- minder plasjes en markeren (ook teefjes)
- rustig tempo
- ontspanning aan de lijn
- verbinding kunnen maken met jou
- koekjes zacht aannemen
- ontspannen ademhaling
- open staan voor spel of andere vormen van samenwerking
- omgeving weer kunnen onderzoeken
- omgeving kunnen loslaten
- los kunnen komen van prikkels buiten
- minder fixatie
- uitschudden
- spanning loslaten

Wat je beter niet kunt doen
Alles direct corrigeren
Correctie stopt soms gedrag, maar zorgt er niet voor dat het zenuwstelsel ontspant. Soms blijft spanning juist inwendig aanwezig. Of wordt de spanning, door de correctie, juist vergroot.
Te snel doorgaan
Veel honden krijgen nauwelijks tijd om te verwerken. Daardoor stapelt spanning sneller op. Dat is deels een gevolg van het niet zien van de subtiele signalen van de hond. Waardoor we denken dat er niks gebeurt, terwijl de hond wel degelijk al met je aan het communiceren is.
Alleen focussen op gehoorzaamheid
Een hond kan commando’s uitvoeren en tóch volledig hoog in activatie zitten. Dan staat de hond ‘goed’ onder appél en zijn er toch hulpvragen. Been there, done that.
Denken dat rust alleen “stil gedrag” is
Een hond die stil naast je loopt, kan vanbinnen nog enorm gespannen zijn. Echte regulatie zie je aan herstel van het zenuwstelsel.

Last but not least: de kern aanpakken.
In dit artikel hebben we het vooral over regulatie van activatie en spanning in het zenuwstelsel. Maar daarmee raken we nog niet de diepere laag: de emotionele betekenis die onder die activatie ligt.
Want als een hond buiten telkens opnieuw activeert bij bijvoorbeeld:
- andere honden
- drukte
- onverwachte situaties
- sociale spanning
- controleverlies
- onzekerheid
- frustratie
- eerdere ervaringen
dan heb je uiteindelijk ook naar emotie te kijken.
Dat is belangrijk om te begrijpen.
Want een zenuwstelsel activeert niet willekeurig.
Activatie ontstaat omdat het systeem ergens betekenis aan geeft.
Wat mij betreft begint dat ook altijd bij het leren kennen van de lichaamstaal van de hond. Zodat je begrijpt waar het over gaat. Dus wanneer een hond telkens spanning ervaart bij andere honden dan heb je ook te leren herkennen wat de taal van je hond is. Maar het antwoord zit dan niet alleen in:
“Het zenuwstelsel staat aan.”
Maar ook:
“Er leeft blijkbaar een emotionele lading rondom deze situatie.”
En zolang die emotionele betekenis niet verandert, blijft het logisch dat het systeem steeds opnieuw in activatie terechtkomt.
Dat betekent niet dat regulatie onbelangrijk is, integendeel. Je zult merken dat wanneer je dit nu al meer gaat toepassen. Je dat gaat terug zien in het gedrag.
Regulatie is juist essentieel, omdat een hond zonder regulerend vermogen vaak überhaupt niet meer goed kan verwerken of leren. In veel gevallen kan dat ook een startpunt zijn om gedrag aan te pakken.
Een hond die volledig overspoeld raakt:
- kan moeilijk nieuwe associaties maken
- blijft sneller in overleving
- blijft reageren vanuit spanning
- heeft minder draagvlak
Dus wanneer je een hond helpt reguleren:
- vergroot je herstelvermogen
- vergroot je draagvlak
- creëer je meer veiligheid in het systeem
- help je activatie beter afbouwen
En alleen dát kan al enorm veel verschil maken in gedrag. Veel honden reageren namelijk niet alleen op emotie, maar ook op opstapeling van activatie.
Dus wanneer je beter leert begeleiden:
- zie je vaak minder escalatie
- meer herstel
- meer ontspanning
- meer flexibiliteit
Maar uiteindelijk blijft de belangrijke vraag: waarom activeert dit zenuwstelsel steeds opnieuw?
Want als een hond iedere keer bij het zien van een andere hond spanning ervaart, dan heb je uiteindelijk ook te kijken naar:
- de onderliggende emotie
- de associatie
- de verwachting van het systeem
- eerdere ervaringen
- gevoelens van veiligheid of onveiligheid
- frustratie of conflict
- het emotionele geheugen van de hond
Daar zit vaak het diepere werk.
Want pas wanneer de emotionele betekenis verandert, hoeft het zenuwstelsel uiteindelijk ook minder snel in die activatie te schieten.
En dat is een belangrijk onderscheid: regulatie helpt het systeem herstellen, maar emotioneel werk verandert waarom het systeem steeds activeert.





