Een nieuwe pup in huis voelt als een frisse start. Maar voor je pup is het geen frisse start, het is een complete verandering. Alles wat vertrouwd was valt weg: moeder, nestgenoten, bekende geuren, geluiden en routines. Wat wij zien als “het begint nu”, ervaart een pup als verlies, onzekerheid en een enorme hoeveelheid nieuwe prikkels.
Gedrag dat wij lastig noemen, bijten, plassen in huis, niet luisteren, druk worden na een wandeling, is vaak geen onwil of gebrek aan training. Het is een jong zenuwstelsel dat nog niet kan reguleren. Een pup moet wennen, verwerken, hechten en leren. Als we alleen kijken naar corrigeren en trainen, missen we de laag die daaronder zit.
In dit blog lees je hoe een pup zijn verhuizing en eerste weken echt kan ervaren. We kijken naar regulatie, hechting, overprikkeling, ontwikkelingsgedrag en waarom vertragen vaak effectiever is dan harder trainen.
In het kort: Dit is de ervaring van een pup die net bij jullie is ingetrokken
Voor jouw pup voelt verhuizen niet als een frisse start, maar als verlies van alles wat vertrouwd was: moeder, nestgenoten, geuren, geluiden en veiligheid. Zijn gedrag (bijten, plassen, druk worden of niet luisteren) is meestal geen onwil, maar een jong zenuwstelsel dat nog niet kan reguleren. Hij komt in een wereld vol nieuwe prikkels terecht en moet tegelijk hechten aan mensen die hij nog nauwelijks kent. Wat wij vaak corrigeren, zijn in werkelijkheid signalen van overprikkeling, onzekerheid of normale ontwikkeling. Na een dag vol indrukken ontlaadt hij zich thuis, omdat dat de eerste plek is waar hij zich iets veiliger voelt. Wil je een rustige pup, dan bereik je dat meestal niet door harder te trainen, maar door te vertragen, veiligheid te bieden en zijn beleving serieus te nemen.
Gedrag van je pup begrijpen: het is meer dan goed of fout
Gedrag van je pup is zoveel meer dan goed of fout.
Gedrag is zoveel meer dan rechttrekken met training of een gouden tip.
In heel veel gevallen en situaties is een gebrek aan regulatie een groot probleem bij puppy’s. En pupjes die niet kunnen reguleren gaan zelf wel even reguleren. Maar dan op manieren die we helemaal niet zo leuk vinden (en totaal onhandelbaar, fair enough).
Gedragingen van onze pupjes zijn signalen. Die signalen moeten we serieus nemen.
Natuurlijk moet je een pup trainen en begeleiden. Natuurlijk moet je hem aanleren wat je wilt en niet wilt. En hoe dat allemaal werkt in de mensenwereld.
Alleen daar ontstaat ook precies de kloof. Want we droppen ze met een mega snel tempo in onze wereld en laten eigenlijk die hele pups (en vooral ook hondse!) beleving volledig links liggen.
Maar dat gaat niet natuurlijk. Dan ga je namelijk voorbij aan zijn hele dier zijn.
En vaak zie je gewoon dat alleen daar al zoveel winst te behalen valt. We zijn vaak onvoldoende bezig met die invalshoek.
We zien gedrag, we denken hoe trainen we dat recht of hoe corrigeren we dit.
Maar dat is vaak helemaal niet nodig. Daar komt bij dat de lat wel heel hoog ligt. We verwachten veel in een snel tempo. En sommige verwachtingen slaan ook als een tang op een varken.
Het is alsof je een kind van 1 wil leren fietsen.
Kan een pup al die nieuwe prikkels wel aan?
Een pup “redt” zich wel met al die nieuwe dingen. Toch?
Dat is vaak wat we denken.
Gek eigenlijk dat als we naar een baby kijken we allemaal zien dat het kwetsbaar en klein is.
Als we kleine leeuwtjes, aapjes of wat dan ook zien dan zeggen we allemaal ‘aaah’, maar we leggen niet de link dat dit kwetsbare leven (mens of dier) zich ook kwetsbaar voelt.
We denken dat ze geen emoties hebben. Of we denken wel dat ze emoties hebben (want voelen doen ze wel), maar met hetzelfde gemak laten we ze aan het lot over. We zijn bang om te hechten. Bang dat we ze te veel aandacht geven en dat problemen veroorzaakt.
En natuurlijk is er begrenzing nodig (het één sluit het ander niet uit) en natuurlijk leggen honden associaties. Alleen dat gaat verder dan goed gedrag belonen en slecht gedrag negeren. Beter gezegd: klassieke conditionering werkt heel erg op de emotie.

Wat een pup ervaart als hij naar een nieuw huis gaat
Stel je voor, je bent dit… Dan ben je heel schattig. Maar dat niet alleen….
Je bent 5,5 week oud. Je ligt lekker tegen je broertje aan te slapen. Je mama is in de buurt. Je andere broertjes en zusjes ook. Je hebt geluk, dat je bij een goede fokker leeft.
Alle geuren, het huis, daarbuiten, de geluiden, emoties en gewoontes: die ken je inmiddels wel. Je voelt je er vertrouwd onder. En zo niet? Dan zijn er altijd nog je broertjes en je zusjes. (Oh, en die lieve mensen die het beste met je voor hebben).
Want dat is wat een goede fokker doet.
Je bent nog heel kwetsbaar. Een baby. Je leert van alles, de wereld is groot en nieuw. Je ontdekt nog steeds. EN je ontwikkelt je heel snel en heel hard. Niet alleen fysiek qua grootte, maar ook je hersenen, je emoties en je hormonen ontwikkelen zich.
Over ongeveer 4 weekjes wordt je opgehaald. En dan word je weggehaald. Bij je moeder en nestgenootjes. Ze doen lief. Echt een band is er nog niet. “Ik herken je geur wel. Jou heb ik eerder gezien (geroken dus)”.
Een (h)echte band is er nog niet. Die bouw je niet op basis van iemand lief vinden of schattig vinden. Dat heeft tijd nodig. Elkaar leren kennen, vertrouwen, weten hoe je op elkaar reageert en noem het maar op.
En juist ook ervaren. Een band opbouwen zit niet alleen in de goedheid van dingen. Juist ook in het elkaar soms in de weg zitten. Dat is helemaal niet erg.
Je wordt opgehaald en ineens is alles anders. Een nieuw huis met mensen die je niet kent. Ze verwachten meteen dat je ’s nachts alleen slaapt. In een kooi.
Weet jij veel…
Je bent nog nooit alleen geweest. Je bent bang. Je wordt genegeerd, gecorrigeerd, gestraft of krijgt een reactie met veel emoties.
Omdat je door je angst en onzekerheden moet huilen.
‘’Ik ruik nieuwe geuren. Veel. Veel geluid. Dat ding waar ik in zit beweegt. Ik word er wat misselijk van misschien. Het is warm. Waar ben ik eigenlijk? Waar gaan we heen?’’
Het is veel. Grote emoties. Een klein lijfje. En nog steeds maar 9 weken oud.
‘’Waar is die bekende geur die ik al 9 weken kende? Waar zijn die mensen? De bekende geluiden? De bekende emoties? Mijn broertjes en zusjes om mee te reguleren? Of een moeder? Ik ben hier alleen. Nieuw huis. Nieuwe geur. Nieuwe geluidjes. Nieuwe emoties.’’

Overweldigd tijdens het wandelen: wat je pup eigenlijk ervaart
‘’Als we naar buiten gaan. Krijg ik een lijn om, ik moet wandelen. Precies dat rondje, zoals zij willen. Geen rekening houden met mijn grote emoties, geurbeleving, NIEUWE wereld en het feit dat ik ECHT moet wennen.’’
Als je buiten gaat wandelen krijg je een raar ding om je nek of buik (tuig). Met daaraan een lijn vast. Er wordt meteen van je verwacht dat je begrijpt dat dit een riem is. Waar je keurig aan moet lopen.
Loop je niet netjes? Dan word je aan je nek teruggetrokken.
Je weet niet wat dat betekent. Het is niet fijn en eng. Je probeert alleen maar de wereld te ontdekken tijdens de wandeling. En dat ene blaadje te vangen, als een kind (want wat is het buiten spannend, maar ook wel leuk).
Mensen zetten ons tussen honden die we helemaal niet kennen. Zij noemen dat socialiseren. Je mensen nemen je mee naar drukke plekken met overal mensen en honden. Je raakt overweldigd en blaft, bijt in de riem, gaat druk doen om te laten zien hoe je je voelt. Zij zien niet jouw beleving. Zij zien alleen je gedrag.
Waarom plasjes, bijten en kauwen normaal ontwikkelingsgedrag zijn bij een pup
Je moet plassen, dus je plast. En dan krijg je straf omdat je in huis hebt geplast. Maar je bent nog maar een baby en je wist niet beter. Je kon niet beter, fysiek kan je het nog niet ophouden. Je moest gewoon plassen, dus dat deed je.
De plasjes worden minder (want de blaas wordt rijp en je traint). Bijten wordt minder. Dat hoort namelijk bij de ontwikkelingsfases. Natuurlijk heb je het te begeleiden. Maar dat is wat anders dan het zien als gedrag dat niet mag.
Je kauwt op de meubels omdat je tandjes krijgt, zoveel energie hebt en je zo verveeld dat je jezelf maar gaat vermaken. Of omdat je juist totaal overweldigd bent, moet slapen en niet kan reguleren.
Je bijt in de handen van je mensen omdat je gewoon wilt spelen. Of ze je uitnodigen tot spel. En als je daar in mee gaat dan corrigeren ze je. Weer zeggen ze ‘nee’.
Of ze pakken je bek vast, ze lopen weg uit de kamer, want dat hadden ze geleerd, ze negeren je ineens, of je krijgt een tikje omdat ik gecorrigeerd moest worden.
Je merkt dat je niet meer weet hoe jij de mens nou moet inschatten. Je noemt het ambivalent.
Je merkt op dat ze vaak eerst A zeggen en vervolgens B doen. Jij hield gewoon van ze en wilde spelen, en dat was de enige manier waarop jij wist hoe je dat kon laten zien.

Waarom je pup thuis zo druk wordt na een dag vol prikkels
‘’Als ik thuis kom, komt alles er uit. Eindelijk veiligheid en herkenning. Dit is mijn huis. Mijn systeem is nog vol. En alles komt er uit. Druk doen, bijten, gek doen, niet meer luisteren. Aaargh! Ik zit vol.’’
Zij zeggen: geen land mee te bezeilen. Wat een wild beest. Dit is geen bericht om je pup zielig te doen laten lijken.
Maar we gaan veel te snel. We verwachten veel te veel. De lat ligt heel hoog. De hond moet het maar bijbenen. We denken dat training het enige is dat nodig is. Is er wangedrag? Dan is hij ongetraind. Onzin. Training is een klein onderdeel van het gehele plaatje.
Pups hebben geen hardheid nodig. Ze hoeven ‘nergens doorheen’ en ze ‘redden’ zich niet zomaar. Daar is hechting en veiligheid voor nodig.
Ze hebben iemand nodig die hen laat zien dat de wereld veilig is, en die hen laat zien wat het betekent om samen met mensen te leven. Die ze dat langzaam aanleert.
MAAR die ook begrijpt en zich heeft verdiept in de taal van de pup en de hond.
Stop met boos worden op je pup. Stop met verwachten dat hij op zo’n jonge leeftijd alle dingen al weet.
Een puppy is intens. Gewoon omdat je een klein leven in huis hebt die zorg nodig heeft aangepast aan de behoefte van zijn fysieke, mentale en emotionele jong zijn.
Wil je een rustige pup? Dan moet je vertragen
Verdiep je in de belevingswereld van je pup. Die is forser en groter dan voor jou mogelijk is om je in te leven.
Doe het toch maar wel. Vertraag. Doe minder. Dompel niet onder. Leer ZIJN taal en leven te kennen. Daar zit de echte binding. Samenwerken kan alleen als je begrijpt wat de ander nodig heeft.
Haal de lat naar beneden. Je pup hoeft niet binnen nu en een half jaar gefixt te zijn. Daar heb je alle tijd voor. Maar die tijd forceren omdat het moet. Dat is nooit de oplossing.
Onderzoeken, prikkels opzoeken, verwerken, reguleren, hechting, er zijn, draagvlak bieden, socialiseren op een rustig tempo (je hoeft niet voor 16 weken alle bulletpoints afgevinkt te hebben).
Je pup verandert in een piranha. Als hij niet begrepen wordt. Als de lat te hoog ligt. Als hij NIKS meer mag en geen pup kan zijn. Als hij niet foutjes mag maken. En als de lat zo hoog ligt dat hij er überhaupt niet eens in de buurt KAN komen.
Wil je een rustige pup? Dan heb je in 9 van de 10 gevallen niet harder te trainen. Maar rustiger aan te doen, het zenuwstelsel te reguleren, en bovenal zijn wereld beter te begrijpen.





